Waarom 'samen spelen, samen delen' vaak te veel gevraagd is van een peuter
Wat betekent 'samen spelen, samen delen' voor een peuter?
Cognitieve ontwikkeling van peuters
Stel je even voor: jij bent twee en je hebt net je perfecte toren van blokken gebouwd.
Dan komt er een ander kind en die wil jouw blokken. 'Samen spelen, samen delen' klinkt voor ons logisch, maar voor een peuter is het een compleet vreemd concept.
Hun hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Ze kunnen zich op dit moment nog maar op één ding tegelijk concentreren. Dat ene ding is: MIJN toren. Voor een kind van twee betekent 'delen' niet delen, maar het risico lopen om iets definitief kwijt te raken.
Ze begrijpen nog niet dat het speelgoed terugkomt. Ze zien alleen het 'nu'.
De cognitieve ontwikkeling is simpelweg nog niet zover dat ze het concept 'beurtelings' of 'tijdelijk afstaan' kunnen bevatten. Het is alsof je iemand vraagt om zomaar zijn autosleutels af te geven aan een wildvreemde. Dat voelt niet veilig.
Het concept van eigendom
Eigendom is voor een peuter heilig. Het is hun eerste stap naar een eigen identiteit: ik ben ik, en dit is van mij.
Dat 'van mij' is een enorme mijlpaal. Zeggen dat ze moeten delen, voelt voor hen alsof je hun 'ik' een beetje wegneemt.
Ze kunnen nog niet begrijpen dat een ander kind ook een eigen gevoel heeft bij dat speelgoed. Dat andere kind is geen individu met wensen, maar een bedreiging voor hun bezit. Probeer je dus niet te focussen op 'eigendom delen'.
Richt je liever op 'gebruik delen'. Dat is een veel concreter begrip.
"Jij mag nu met de pop spelen, en straks mag Lars er even mee spelen.
Dan mag jij weer." Zo help je ze stapje voor stapje te begrijpen dat spullen blijven bestaan, ook als een ander ze even vasthoudt.
Waarom delen zo moeilijk is op deze leeftijd?
Egocentrisme bij peuters
Egocentrisme is het toverwoord bij peuters. En nee, dat is niet arrogant of asociaal.
Het is een fase van hun ontwikkeling. Een peuter kan letterlijk niet vanuit een ander perspectief denken. Zij zien de wereld door hun eigen ogen, met hun eigen behoeften als het enige kompas.
Als zij een autootje willen, dan is die autootje op dat moment het middelpunt van het universum. De wens van een ander kind registreert hun brein simpelweg niet.
Die egocentrisme zorgt ervoor dat 'samen delen' voelt als 'ik moet alles opgeven'.
Impulscontrole en emotionele regulatie
Ze snappen nog niet dat ze later ook iets van de ander mogen hebben. Ze zitten vast in het hier-en-nu. Het is dus geen kwaadwillendheid, maar een beperking in hun brein. Door dit te begrijpen, verandert je reactie.
Je wordt minder boos en begrijpt waarom je peuter zo hard 'MIJN!' roept. De impulscontrole van een peuter is vaak ver te zoeken.
Als een ander kind naar het speelgoed grijpt, reageert je kind vanuit een oerinstinct: beschermen wat van mij is. Die emotie is zo groot dat er geen ruimte is voor nadenken. Het is pure actie: gillen, slaan of het speelgoed vastklampen.
De hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor emotie-regulatie zijn nog lang niet volgroeid.
Je kind leert dus nog om te gaan met die intense gevoelens. 'Delen' vraagt namelijk om rustig blijven, terwijl er een soort alarm afgaat in hun hoofd. Ze moeten leren dat die angst voor verlies niet klopt.
Dit kost tijd en heel veel herhaling. Het is een vaardigheid die ze net als lopen of praten stapje voor stapje onder de knie moeten krijgen.
Vanaf welke leeftijd kunnen kinderen echt delen?
Mijlpalen in sociaal gedrag
De magische leeftijd waarop 'delen' echt begint te landen, ligt vaak rond de 3,5 tot 4 jaar. Rond hun vierde verjaardag begint er iets te kantelen in hun brein.
Ze ontwikkelen empathie: het vermogen om zich in een ander te verplaatsen. Ze beseffen ineens dat een ander kind ook kan huilen als het speelgoed wordt afgepakt. Op deze leeftijd zie je ook dat ze 'parallel spelen' ontgroeien.
Ze spelen nog wel naast elkaar, maar interactie wordt belangrijker. Ze leren dat spelen met een ander soms leuker is dan alleen.
Verschil tussen 2 en 4 jaar
Delen wordt dan een manier om die sociale verbinding te maken. Het is nog lang niet perfect, maar de basis wordt gelegd. Je kunt sociale vaardigheden oefenen door middel van rollenspel, want het verschil tussen een kind van 2 en een kind van 4 is gigantisch.
Een 2-jarige is vooral bezig met 'nemen' en 'vasthouden'. Ze zijn aan het oefenen met hun autonomie en zitten midden in de uitdagende nee-fase.
Een 4-jarige is vaak al een stuk socialer. Ze begrijpen dat regels helpen om ruzie te voorkomen.
Ze zijn in staat om voor een korte tijd iets af te staan, met de garantie dat het terugkomt. Probeer dus geen 'volwassen' delen te verwachten van een kind dat net 2 is geworden. Leren delen: vanaf welke leeftijd kun je dit verwachten? Pas je verwachtingen aan de leeftijd aan. Een kind van 2 mag best leren dat ze soms moeten wachten, maar forceer het niet. Een kind van 4 kun je al beter uitleggen dat het fijn is om samen te spelen en dat delen daarbij hoort.
Hoe je als ouder het delen kunt stimuleren zonder dwang?
Voorleven van deelgedrag
De allerbeste manier om delen te leren, is door het zelf te doen. Kinderen zijn aapjes. Als jij zelf je koekje deelt met je partner of een stukje fruit aan een buurman geeft, zien ze dat. Je kunt daarover vertellen: 'Kijk, ik deel mijn appel met papa.
Dat is gezellig.' Zo maak je het normaal. Gebruik ook speelgoed dat uitnodigt tot samen spelen, zoals een keukentje van KidKraft of een grote bouwset van Duplo.
Laat ze in een veilige omgeving oefenen. Spelletjes zoals 'Doolhof' of 'Vlotte Geest' zijn perfect om te leren wachten op je beurt.
Ze leren dat het spel beter wordt als je de regels volgt. Zorg dat je zelf ook actief meespeelt en laat zien hoe jij netjes wacht tot je aan de beurt bent. Dwing nooit. Dwang leidt tot verzet.
Beurtelings spelen introduceren
Geef je kind liever een gevoel van controle. Zeg niet: 'Geef dat autootje nu aan je zusje.' Zeg wel: 'Jij mag nu 5 minuten met de auto spelen, en daarna is het de beurt van je zusje.
Ik zet de timer.' Een visuele timer helpt enorm, die kun je kopen vanaf ongeveer €15. Het geeft kinderen houvast. Geef ze een 'gevoel van eigenaarschap' door ze te betrekken. "Jij mag kiezen welk speelgoed je vandaag meeneemt naar de speeltuin.
Als je het meeneemt, moet je wel delen met de andere kindjes. Kun je dat?" Zo maak je het een afspraak in plaats van een dictaat. Beloon het positieve gedrag: "Wat tof dat je even wachtte tot hij klaar was met die schep!"
Veelgestelde vragen over peuters en speelgoed delen
Wat als mijn kind agressief wordt?
Agressie is een teken van frustratie, niet van een slecht karakter. Als je peuter slaat of bijt omdat hij zijn speelgoed niet wil delen, is het belangrijk om direct en rustig in te grijpen.
Haal het kind uit de situatie. Zeg duidelijk: 'Ik zie dat je boos bent, maar ik laat niet slaan. Het is pijnlijk.'
Focus op het slachtoffer en help je kind om excuses aan te bieden zodra hij weer rustig is. Vraag niet meteen om een knuffel, maar leg de nadruk op het gedrag. Het helpt om een 'time-out' hoekje te hebben met een kussentje en boeken. Daar mag hij even uitrusten tot de storm in zijn hoofd over is.
Blijf consequent; agressie mag nooit de weg naar het speelgoed vrijmaken. Nee, niet altijd.
Moet ik ingrijpen bij ruzie?
Soms is het goed om kinderen zelf een oplossing te laten vinden. Ze leren hierdoor onderhandelen en communiceren. Wacht eens 30 seconden voordat je tussenbeide komt.
Kijk of ze eruit komen. Vaak roept de één 'Mijn!' en de ander 'Nee!', en lossen ze het op door even iets anders te pakken of door te wachten.
Grijp wel in als het dreigt te escaleren of als er fysiek geweld aan te pas komt.
Ook als een kind wordt buitengesloten, is het tijd om in te grijpen. Stel dan een regel in: 'In deze kamer spelen we samen of om de beurt. Kies maar.' Soms helpt het om een 'tussenpersoon' te zijn: 'Ik zie dat jullie allebei die graag willen. Wat kunnen we doen?' Zo leer je ze conflictoplossende vaardigheden aan.
